Openbomenkaart

Op woensdag 18 augustus 2021 lanceerde Erik Zachte de website https://openbomenkaart.org met daarop in eerste instantie bomen (en struiken) in twee parken: het Berkhoutpark in Voorschoten en de historische Begraafplaats Groenesteeg in Leiden (onder anderen de moeder van Vincent van Gogh ligt hier begraven).

Op de Begraafplaats Groenesteeg staan 278 bomen op de kaart, waaronder:

  • 76 essen (twee soorten)
  • 42 esdoorns (drie soorten)
  • 29 eiken (twee soorten)
  • 22 iepen (vier soorten)
  • 20 lijsterbessen (twee Sorbus-soorten)
  • 13 vleugelnoten
  • 12 meidoorns
  • 12 hulst

Plus vele boomsoorten waarvan minder dan 10 explaren in dit park staan. Zie daarvoor de website. Als op een boomsoort wordt geklikt (via de knop ‘counts‘), dan gaat die boomsoort knipperen in de kaart).

Tot zover over de bomen op de historische Begraafplaats Groenesteeg.

In het Berkhoutpark staan niet alleen bomen bomen op de kaart, ook struiken. In totaal 1599 exemplaren.

  • 103 Krentenboompjes
  • 90 taxussen
  • 59 eiken
  • 55 hulst
  • 40 prunus (diverse soorten)
  • 38 kornoelje-soorten
  • 33 berken
  • 29 elzen
  • 29 appel (diverse soorten)
  • 24 esdoorns (diverse soorten)
  • 24 meidoorns (twee verschillende soorten)
  • 18 toverhazelaars
  • 17 hazelaars (diverse soorten)
  • 17 karnaalsmutsen
  • 17 moerascipressen
  • 15 robinia’s
  • 11 essen
  • 11 beuken (drie soorten)
  • 10 kastanjes (diverse soorten)

Plus vele boomsoorten die met minder dan 10 exemplaren in dit park staan. Zie daarvoor de website. Als op een boomsoort wordt geklikt, via de knop ‘counts‘ in de legenda, gaan de bomen die tot die soort behoren in de kaart knipperen.

Struiken

Van de struiken komt de Rhododendron het meeste voor in het Berkhoutpark (169 exemplaren), gevolgd door Hortensia’s (112 exemplaren). Zie voor de overige soorten de kaart op de website: https://openbomenkaart.org

Hoe werkt de kaart en wie zitten er achter?

Door in de legenda bij de bomenkaart op de knop ‘counts‘ te drukken, verschijnt een rolscherm met de verschillende soorten en de aantallen. Als op een boomsoort wordt geklikt, gaan de bomen die daartoe behoren in de kaart knipperen. Als op een individuele boom wordt geklikt, verschijnt de boominformatie.

Verder is het mogelijk om te kiezen uit verschillende kaartlagen als ondergrond, bijvoorbeeld een satellietfoto (de button rechtsboven onder de knoppen ‘counts‘ en ‘menu‘)

Achter de knop colofon is opgenomen welke mensen de inventarisaties hebben gedaan om de kaart mogelijk te maken: voor het Berkhoutpark: Sjaan van Agtmaal en Hans van Daalen; voor de Begraafplaats Groenesteeg: Carolina Jost. De website met de vertaling van de waarnemingen naar de kaarten is gemaakt door Erik Zachte.

Een mooi initiatief, waarvoor de verwachting is dat op deze website nog vele bomenkaarten zullen volgen.

Maliebaan: schaduwrijke laan…

De Maliebaan in Leiden is al lang niet meer de schaduwrijke laan die het lang geleden was. Op een prent uit 1788 wordt de paille-maille-baan van de universiteit – ook wel maillebaan of maliebaan genoemd – nog zichtbaar geflankeerd door aaneengesloten dubbelrije metershoge bomen. Tegenwoordig staan er ruim gespatieerde laagblijvende kastanjebomen. Daartussen is plaats voor geparkeerde auto’s. Voor een stad die anno 2021 de ambitie heeft te willen ‘vergroenen’ is hier nog wel de nodige eer te behalen.

Bladzijde 85 uit het boek ‘De nieuwe trekweg langs de Vliet’, dat handelt over het jaagpad van Leiden tot de Leidschendam en de trekschuitdiensten naar Delft en Den Haag, zoals aangelegd in de jaren 1636-1638. Dit fraaie boek (€ 18,50) is geschreven door Martine van der Wielen-de Goede. Leidse historische reeks nr 19, Primavera Pers, Leiden 2007.

De huidige Maliebaan in Leiden is een straat achter de rechtbank en de universiteitsbibliotheek, tot aan de Groenhovenstraat. Aan het overkant van het water ligt de Rijn- en Schiekade, zijnde de kant van het voormalige jaagpad waar de paarden de trekschuiten richting Den Haag en Delft trokken.

De Maliebaan in Leiden links op de foto, rechts de Rijn- en Schiekade; zondag 17 januari 2021 (foto: Eduard Groen)

Malie, oftewel het maliespel, werd al in de 16e eeuw aan het Franse hof gespeeld. Van dit jeu de mail bestonden vier varianten. Met het Nederlandse maliespel wordt het Franse mail op een vaste baan bedoeld, pallemaille.

Bron: Wikipedia, 21 januari 2021.

In de Engelse taal heeft het woord mall, via de hoedanigheid van openbare schaduwrijke laan, in de Verenigde Staten, Canada en Australië de betekenis gekregen van winkelstraat, of winkelcentrum. Merriam-Webster definieert mall in de eerste plaats in de betekenis “a usually public area often set with shake trees and designed as a promenade or as a pedestrian walk“.

Die oorspronkelijke betekenis spreekt mij erg aan. Door de aanplant van extra bomen mag iets van de allure van die ooit schaduwrijke laan in Leiden wat mij betreft best in ere worden hersteld.

De locatie Maliebaan in Leiden kan op de kaart onder andere worden gevonden door middel van de website https://what3words.com via een klik op de volgende drie woorden: gouden.aanpak.hengst

De boomspiegels op het Gerecht in oktober 2020

Pjer zou volgend jaar graag zonnebloemen in ‘G2’ zien. Nu staan er ijzerhard (verbena’s) en franjekelk (tellima’s); Amerikanen dus: de Verbena bonariensis uit Zuid-Amerika, de Tellima grandiflora uit Noord-Amerika. In afstemming met anderen kan ik, voorafgaand aan het volgende groeiseizoen, ook passende zonnebloem (Helianthus) aanplanten in boomspiegel G2, bij Pjer voor de deur van het ‘Suppiershuysinghe’. Als ‘hortulanus’ van het Gerecht vind ik dat wel een leuke uitdaging.

In november 2019 ondertekende ik een verklaring waarin ik beloof om de negen boomspiegels op het Gerecht, een eeuwenoud pleintje in de binnenstad van Leiden, samen met andere buurtbewoners te gaan onderhouden. In het kader van ‘Groene kansen’ en ‘Samen aan de slag’ waren de boomspiegels op grond van een eerder buurtverzoek in oktober 2019 door de gemeente wat vergroot en kon ik namens de bewoners subsidie aanvragen voor de aanplant. In totaal mocht voor € 450 euro aan planten worden gekocht. Ik deed een voorstel voor de beplanting, gebaseerd op uitgangspunten als: veelal groenblijvend, goed voor insecten en vogels (en de ‘buurt-egel’, haha), beplanting die belemmerend werkt voor het betreden door passerende honden (vooral relevant voor boomspiegel G1), kleur en geur, zon tot halfschaduw. De afkorting ‘G1’ is in dit bericht te lezen als ‘boomspiegel 1 op het Gerecht’).

Dat leverde na overleg met bewoners en de begeleidende ambtenaren van de gemeente de volgende keuze op:

G1: vuurdoorn (Pyracantha coccinea ‘Firelight’) met oranjegele bessen van augustus tot december. Rijk bloeiend in witte platte schermen in mei en juni. Behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Biedt voedsel aan bijen, vlinders en vogels.

Vuurdoorn in boomspiegel G1. De vier houten paaltjes zijn daar in november 2019 tijdelijk geplaatst, totdat het groen robuust genoeg is.

G2: franjekelk (Tellima grandiflora) en ijzerhard (Verbena bonariensis). De tellima heeft hier misschien te veel zon gehad de afgelopen zomer. Er is weinig van over. De plant komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. De Skagit indianenstam gebruikten de plant voor medicinale doeleinden vanwege de aan die plant toegeschreven antivirale kwaliteiten. Maar eens zien of de plant terugkomt en van mei tot juli gele bloemen laat zien. De verbena daarentegen doet het goed. De plant past eigenlijk niet goed in zo’n kleine boomspiegel, maar de kleuren zijn prachtig. Deze plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika (bonariensis -> ‘from Buenos Aires’). Nederland kent ook een inheemse soort, de Verbena officinalis (ook wel ‘heilige tak’ of ‘heilig kruid’ genoemd. Te vinden in mergelgebieden.

IJzerhard (Verbena bonariensis) en franjekelk in boomspiegel G2. De franjekelk (Tellima grandiflora) is niet meer te zien. Hopelijk komt deze volgend voorjaar terug.

G3: vleesbes (Sarcococca hookeriana var. Humilis) is een plant die oorspronkelijk uit China komt. Vrij onopvallende witte bloemen in kleine trosjes; de bloei is al in februari en maart. Na de bloei verschijnen er vele glimmende zwarte besjes.

G4: idem als G3

De vleesbes (Sarcococca hookeriana humilis) heeft gezelschap gekregen van lavendel.

G5: Japanse kardinaalsmuts (Euonymus fortunei ‘Vegetus’). In het Engels: ‘wintercreeper’. De bloemen zijn licht geelgroen en de plant heeft onopvallende vruchten, creme met oranje zaden. Het moet in deze boomspiegels nog wat bijgroeien, zullen we maar zeggen.

Net als in de boomspiegels G5 en G& is in boomspiegel G6 de Japanse kardinaalsmuts aangeplant. Deze mag zich nog gaan waarmaken. Ik zie uit naar de oranje zaden.

G6: idem als G5

G7: idem als G5

G8: Sierui (Allium aflatunense ‘Purple Sensation’) en lavendel (Lavendula augustifolia ‘Dwarf Blue’). De sierui bloeit in de maanden mei en juni. Daarna is het eigenlijk uit met het feest. De lavendel, die bloeit van juli tot september, heeft in deze boomspiegel nog niet voor tegenwicht gezorgd. Door ‘guerrilla gardening’ is deze boomspiegel wat verrommeld; andere zullen zeggen ‘natuurlijker geworden’.

De sierui (Allium ‘Purple Sensation’ die een sensatie was in het voorjaar is nu bovengronds verdwenen. Hier hebben enkele buurtbewoners ‘guerrilla gardenia’ toegepast, waarvan korenbloem, koolzaad en zonnebloem nog is te zien.

G9: kattenkruid (Nepeta faasseni ‘Grol’) en zuurbes (Berberis thunbergii ‘Atropurpurea Nana’). In deze boomspiegel mocht ik gedurende de zomer vele muntvlindertjes aantreffen (Pyrausta aurata). Het is een dagactieve vlinder uit de familie grasmotten. Dit vlindertje leeft op wild kattenkruid (Nepata cataria), maar dus ook op deze cultivar. Dat het muntvlindertje het kattenkruid in hartje binnenstad weet te vinden vind ik toch wel een mirakel.

Kattenkruid en de zuurbes vallen hier niet op. Wel cosmea, koolzaad en zonnebloem. Het is een beetje een rommeltje geworden, maar enkele bewoners worden hier heel blij van.

Al gauw in het voorjaar begonnen bewoners ‘bij te planten’. In G3 werd door een van de bewoners lavendel tussen de vleesbessen gezet. In de plantvakken G7, G8 en G9 strooiden bewoners zaadmengsels met inheemse planten. In G-9 groeiden in het voorjaar kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) naast kattenkruid en zuurbes, alsook aldaar aangeplante cosmea en zonnebloemen. Eén van die zonnebloemen groeide tot ruim boven de twee meter uit, tot in het bladerdek van een leilinde. Ook de cosmea (Cosmos bipinnatus) knalt de boomspiegel uit.

De paars bloeiende sieruien oogsten alom bewondering in het voorjaar. Menig toerist maakte daar foto’s van. Na de bloei resteerden fraaie ronde zaadbollen en op weg naar het najaar verdwenen de bovengrondse delen van deze sieruien,

De kardinaalsmutsen in de boomspiegels G5, G6 en G7 vonden bewoners bij nader inzien wat saai. “Kan daar geen lavendel bij, net als in die andere boomspiegel”? Gewezen werd de lavendel boomspiegel G3.

De leilinden met daaronder de negen boomspiegels van bovenaf gezien. Links is een stuk bladerdek te zien van de meer dan 70 jaar oude ‘Julianalinde’ (Tilia europaea).

Vooral tijdens ochtenden in het weekend verrichtte ik wat onderhoudswerk en tot mijn vreugde zag ik ook de andere bewoners regelmatig opruimen, water geven en ‘tuinieren’ in deze bescheiden boomspiegels op het Gerecht.

De meeste lol heb ik toch wel van boomspiegel G8. Hoewel het kattenkruid al snel vrijwel geheel werd overwoekerd door planten zoals korenbloem, goudsbloem, kool en juffertjes-in-het-groen, hielden ze stand én boden ze plek, zoals het hoort, aan het muntvlindertje. En dat midden in de stad.

Zijaanzicht van de negen boomspiegels onder de leilinden op het Gerecht. In de verte boomspiegel G1 op de hoek Houtstraat en Papengracht. Reken ik ook nog tot het Gerecht.

Inmiddels zijn er plannen in ontwikkeling om het pleintje verder te vergroenen. De gemeente Leiden wil voor zeven versteende pleinen in de jaren 2021 en 2022 een ‘vergroeningsslag’ slaan. Woensdag 7 oktober mag ik daarvoor deelnemen aan een (digitaal) overleg met mensen van de gemeente, Erfgoed Leiden en Omgeving, alsook de Historische Vereniging Oud Leiden. De Leidse universiteit heeft op verzoek van de bewoners ook medewerking toegezegd. Een versteende strook voor de vierschaar, aangebouwd aan het Gravensteen, mag van de universiteit in overleg met de gemeente worden beplant.

Of ook het ‘Groene Zoodje’, ofwel ‘Schoonverdriet’ (’t Scoonverdriet) weer groen mag worden, is een spannende vraag. De een is enthousiast, een ander vreest verrommeling van het plein. Het vergroten van de kleine boomspiegel rondom de 72-jarige ‘Juliana-linde’ staat hoog op mijn wensenlijstje.

Maar goed, we staan nog maar aan het begin van de plannenmakerij voor de vergroening van het Gerecht. Er zal nog wel enig overleg aan te pas komen voordat er stenen uit gaan en de planten er in.

Wie weet…, wellicht dat in het groeiseizoen van 2021 toch de nodige extra planten op het Gerecht opbloeien.

In ieder geval ga ik mijn best doen voor de zonnebloemen bij Pjer, bij voorkeur een soort zonnebloem die een beetje binnen de perken blijft (tot een meter hoog); ik denk aan de Helianthus annuus ‘Domino’. Net als de andere plantensoorten in boomspiegel G2 een amerikaan, dus die zonnebloem zal zich daar wel bij vinden.

Vijf jaar geleden

Vandaag zie ik mijzelf onverwacht op het verhoog in de Ridderzaal zitten, op een foto van vijf jaar gelden, in de krant van vandaag (NRC.next van 16 september 2019). Op het verhoog – ook wel rostrum genoemd – zit de voorzitter van de Eerste Kamer, aan haar linkerhand geflankeerd door de griffier van de Tweede Kamer en een plaatsvervangend griffier van de Eerste Kamer, aan haar rechterhand door de griffier van de Eerste Kamer en een plaatsvervangend griffier van de Tweede Kamer. Die plaatsvervangend griffier van de Tweede Kamer ben ik; op deze foto uit 2014, Prinsjesdag.

Foto uit 2014; bericht uit 2019.

Vanuit mijn perspectief vind ik het dubbel treffend dat het artikel over crisisbeleid gaat: “Wie bestuurt het land als hier een bom op valt?” Laat dit nu uitgerekend een onderwerp zijn waarmee ik mij in mijn loopbaan ook enige tijd intensief heb beziggehouden, in de periode 1985 – 1988, als hoofdredacteur van een vaktijdschrift over crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Hoewel ik mij nu met geheel andere onderwerpen bezighoudt, in het bijzonder natuur en landschap, ga ik de Prinsjesdag-ceremonie morgen met veel interesse volgen, in het bijzonder ook de berichtgeving over de ‘designated survivor’. Nooit gedacht dat het in de crisisbeheersing ooit zover zou komen.

Binnen en buiten

Van 1985 tot 2018 heb ik ‘op kantoor gewerkt’. Eerst aan een Amsterdamse gracht bij de het Interuniversitair Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek (SISWO), daarna bij de Staatsuitgeverij en vervolgens als rijksambtenaar op verschillende plaatsen in Den Haag, laatstelijk in het gebouw van de Tweede Kamer.

Wat is het heerlijk om nu vooral buiten te kunnen verblijven, te tuinieren, te werken en te leren. Bijvoorbeeld in de Oostvlietpolder in Leiden en in het Boskoopse kwekerijgebied bij Boskoop/Hazerswoude-Dorp, in het groene hart van Nederland.

Nederland is nog lang niet af. Het kan en het moet groener.