Hoe oud is deze taxus, ijf of venijnboom?

Yew noemen de Britten deze boom, waarvan de wetenschappelijke naam Taxus baccata is. Eibe zeggen de Duitsers en een oud-Nederlandse naam voor de taxus is ijf. De tegenwoordige Nederlandse benaming van deze boom is naast taxus ook wel venijnboom. Dat een boomsoort dergelijke korte benamingen kent in genoemde landen zegt ook wel iets over de oorspronkelijkheid aldaar van deze boom. De Taxus baccata hoort dan ook van nature – al sinds de periode voor de laatste ijstijden, het Plioceen – in Noord-West-Europa thuis.

Net zoals de groenblijvende loofboom hulst is de groenblijvende naaldboom taxus als boomsoort een langzame groeier. Van een mooie taxusboom in mijn buurt heb ik de stamomvang opgemeten om op basis daarvan de ouderdom te kunnen inschatten. Het betreft een solitaire taxus in het Van der Werfpark met een stamomtrek van 200 centimeter, dus een diameter van 64 centimeter, opgemeten op 1,3 meter hoogte, op datum 2 januari 2022.

Taxus baccata in het Van der Werfpark met stamomtrek van 200 cm op 1,3 m hoogte Foto: Eduard Groen

Om de ouderdom van deze taxusboom in te kunnen schatten maak ik weer gebruik van de website http://bomenwerk.com/bomenonderzoek/boomleeftijdsbepaling.html en vul in: venijnboom, vrijstaand, gewone boom, omvang 200 cm, plantschatting op 25 jaar nauwkeurig. Als leeftijd wordt 139 jaar gegeven.

Gemiddelde groeifactor (5.525 inch) vermenigvuldigd met de diameter is de leeftijd: 2,17 cm x 64 cm = 139 jaar.

Die ouderdom van 139 jaar zou goed kunnen kloppen met de ouderdom van het park, aangelegd in in 1886, 136 jaar geleden. Wel heb ik behoefte om een andere bron te raadplegen opdat ik deze ouderdom kan verifiëren. Op de website https://www.ancient-yew.org staat een interessante studie van Toby Hindson (copyright 2000, reviseer 2007) over de groeisnelheid van taxus-bomen. Onderstaande tabel komt uit deze studie.

Tabel 1 uit Hindson, Toby (2007) The Growth Rate of Taxus Baccata: An Emperically Generated Growth Curve.

In deze tabel is te lezen dat de 9 taxus-bomen uit de studie van Hindson met een stamomtrek van gemiddeld 186 centimeter een ouderdom hebben van 140-169 jaar. Dan zou de taxus-boom in het Van der Werfpark eerder nog ouder zijn dan 139 jaar dan jonger.

In het Van der Werfpark heb ik – samen met bioloog Hans van Daalen – eind vorig jaar van 31 taxusbomen de hoogte en de stamomvang opgemeten. Die meetgegevens heb ik vervolgens in OpenStreetMap gezet. Erik Zachte en Staan van Agtmaal hebben die gegevens vervolgens ingeladen in de OpenBomenKaart: https://openbomenkaart.org (klik in die website op de foto van het Van der Werfpark om in de kaart te komen).

Screenshot van de OpenBomenKaart van het Van der Werfpark met daarop de besproken taxus-boom.

De taxus is de meest voorkomende boomsoort in het Van der Werfpark. Een achttal meerstammige exemplaren van die boomsoort staan prominent in een halve cirkel dicht tegen het standbeeld van burgemeester Van der Werf aangeplant. De andere staan verspreid in het park. De taxus-boom die hoofdfiguur is van dit schrijven is in de kaart aangegeven bij de T van Taxus 4009307. Dat is het boomidentificatienummer zoals opgenomen in het bomenbeheerbestand van de gemeente leiden. Als aanplantjaar staat daar vermeld 1952. Dat kan niet kloppen. Er zal vast een andere reden zijn waarom dat jaar als aanplantjaar is ingevoerd. Datzelfde jaar is ook ingevoerd bij enkele andere wat grotere taxussen in het park.

Taxus mannelijke bloeiwijze. Foto: Eduard Groen, 2 januari 2022.

Deze taxus heeft alleen mannelijke bloeiwijzen. In het park staan ook vrouwelijk taxussen. Daaraan zijn wel de rode vruchten te genieten. Visueel genieten dan, want bijna alles aan de taxus is giftig, uitgezonden het rode vruchtvlees (schijnbessen). De pitten zijn dan weer wel bijzonder giftig. Het woord toxisch is afgeleid van Taxus. Het woord venijn betekent ook vergif. Uit voorzichtigheid is het dus niet echt aan te raden van het rode vruchtvlees te proeven. Bioloog Rinny Kooi schrijft in haar boek Bomen in de buurt, dat men door het eten van bes inclusief pit een hartstilstand kan krijgen.

Dat de beschreven taxus circa 140 jaar oud is hoop ik met bovenstaande te hebben aangetoond.

Leiden.02.01.2022.Eduard Groen

De waarde van een hulst-boom

Tegen de westelijke gevel van de Pieterskerk in Leiden groeit een acht meter hoge hulst-boom. Hulst is de enige groenblijvende loofboomsoort in onze contreien. Ik vind deze boom goed passen in de versteende binnenstad; vooral in de winter. Deze Pieterskerk-hulst-boom heeft een omtrek van 87 centimeter, dus een diameter van 28 centimeter. Hulst staat bekend als een langzame groeier, waardoor deze boom ouder dan een halve eeuw kan zijn. Afgemeten tegen de achttien ‘halve eeuwen’ ouderdom van de Pieterskerk (gesticht in 1121) is dat een bescheiden leeftijd uiteraard, maar als je bij het toemeten van een leeftijd al een beetje in termen van eeuwen mag rekenen is de ouderdom van deze boom in mijn ogen al respectabel.

Hulst-boom tegen de westgevel van de Pieterskerk in Leiden, Nieuwjaarsdag 2022. Foto: Eduard Groen

Een handige website om de ouderdom van bomen in te schatten is http://bomenwerk.com/boomonderzoek/boomleeftijdbepaling.htm

Nadat ik gegevens van deze hulst-boom heb ingevoerd komt daar een leeftijd uit van 53 jaar. De zogenoemde groeifactor van hulst is 1,9 cm. De boom groeit per jaar 1/1,9 cm, dat wil zeggen iets meer dan een halve centimeter (0,53 cm) in dikte qua diameter per jaar. Het kiemjaar zou dan 1969 zijn, waardoor ik inschat dat deze boom in de jaren zeventig hier is aangeplant. Over 91 dagen – een kwartaal verderop in de tijd – hoop ik op deze website te schrijven over de toestand van deze hulst-boom in het voorjaar. Mogelijk heb ik dan achterhaald in welk jaar precies deze boom is aangeplant.

De wetenschappelijke naam, Ilex aquifolium, zegt dat deze boomsoort scherpe bladeren heeft met naaldvormige uitsteeksels (uit het Latijn: acus, naald; folium, blad). Heel vaak echter ontbreken die scherpe bladeren bij door kwekers veredelde varianten van hulst. Ik vermoed iets dergelijks voor deze hulst-boom naast de Pieterskerk. In de veertiende druk van het standaardwerk ‘Dendrologie van de lage landen‘ vond ik evenwel geen beschrijving van een cultivar die van toepassing zou kunnen zijn op deze specifieke boom. In de van nature voorkomende hulst-bomen zitten de bladeren met de scherpe randen overigens vooral aan de onderkant als bescherming tegen vraat door dieren. Hoger in de boom hebben de bladeren veelal een gave rand. Hulst is doorgaans tweehuizig, wat betekent dat een boom of mannelijk of vrouwelijk is. Deze naast de Pieterskerk is mannelijk; tot mijn spijt helaas geen scharlaken-rode vruchten dus, alsook nog nooit roodborstjes gespot in deze tuin.

Blad hulst-boom westgevel Pieterskerk in Leiden. Foto: Eduard Groen

In Engeland, waar deze boom ook inheems is, noemen ze ‘m Holly. De Kelten beschouwden de soort als heilig en als symbool van vrede en goede wil, alsook van vruchtbaarheid en eeuwig leven. De Duitsers noemen de boom Stechpalme en Duitse natuurorganisaties hadden hulst uitgeroepen tot boom van het jaar 2021. In 2022 is de beuk in dat land ‘boom van het jaar (Baum des Jahres: https://baum-des-jahres.de ). Op zichzelf wel treffend dat deze boomsoorten qua verkiezingsjaren naast elkaar zijn geplaatst aangezien hulst en beuk ook in de natuur goed bij elkaar passen. Hulst komt overigens ook voor in eikenbossen en in gemengde loofbossen.

De gemeente Leiden heeft in de openbare ruimte van de stad – voor zover die ruimte kadastraal in eigendom van de gemeentelijke overheid zelf is – in de loop der jaren een bescheiden aantal van 11 hulstbomen aangeplant. Dat wil zeggen dat in het gemeentelijke bomenbeheerbestand 11 hulstbomen zijn opgenomen. Uit eigen waarneming weet ik dat er meer hulst-bomen in de stad staan, zowel in particuliere tuinen als in tuinen van semi-publieke organisaties zoals universiteit en woningbouwcorporaties, of zoals deze hier in de tuin van de Pieterskerk. Ook komt hulst in de stad voor in de vorm van een struik. Zo zag ik deze week twee hulst-struiken staan in het Tasmanpark in Leiden.

Hulst als ecologisch waardevolle boom

Hoewel hulst van nature in ons land thuishoort, zijn er niet veel insecten en mijten die ervan eten. In de literatuur wordt aantal insecten en mijten vaak gebruikt om de ecologische waarde van een boomsoort te onderbouwen. De bekende Engelse studie van Kennedy & Southwood uit 1984 wordt hiertoe vaak aangehaald. Voor hulst identificeert deze studie 10 soorten insecten en mijten dier er op leven. Een recentere Duitse studie van Brändle & Brandl uit 2001 heeft 12 soorten insecten en mijten op hulst aangetoond. Vergeleken met boomsoorten die het allerhoogst scoren in dit opzicht, zoals wilg (Salix) en eik (Quercus) is dat bijzonder weinig. Zie de tabel hieronder kolom A de aantallen in Duitsland, kolom B de aantallen in Engeland: (Salix –> UK: 450; D: 728) en (Quercus –> UK: 423; D: 699). Alleen taxus, kastanje, walnoot en robinia scoren nog lager.

Bron aantallen in kolom A: Journal of Animal Ecology / Volume 70, Issue 3 / p. 491-504: Species richness of insects and mites on trees: expanding Southwood, door Martin Brändle & Roland Brandl, first published: 26 maart 2002.

Bron gehele tabel: Thüring, M. (2011), Zoodiversität auf Weiden (Salix spp.) und Pappeln (Populus spp.). VDM Verlag, Saarbrücken.

Dat zal een van de redenen zijn dat de gemeente Leiden deze boomsoort niet de maximale 4 punten geeft voor ecologische waarde, maar 3 punten. Bomen die in het Register Ecologische Bomen van de gemeente Leiden een score 3 of 4 krijgen, gelden volgens de gemeente als ecologisch waardevol. In de Verordening voor de fysieke leefomgeving 2020 zijn ecologisch waardevolle bomen extra beschermd als ze ouder zijn dan 50 jaar of een grotere stamdiameter hebben dan 50 centimeter (stamomtrek van 157 centimeter). Bomen met een score lager dan 3 genieten een extra bescherming pas bij een stamdiameter groter dan 80 centimeter (stamomtrek van 251 centimeter) vanwege de op grond daarvan toegekende ‘monumentale waarde‘.

Houtige gewassen hebben in Leiden een formele status als boom zodra de stamomvang groter is dan 45 centimeter in omtrek (stamdiameter 14 centimeter), opgemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Die bomen genieten een basis-kapbescherming om grond van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 (zie de link hieronder). Een hulstboom wordt in Leiden aangemerkt als ecologisch waardevolle boom als deze behoort tot een ecologische boomsoort én als deze ouder is dan 50 jaar of een grotere stamdiameter heeft dan 50 centimeter. Aangezien hulst in het Register Ecologische Bomen van de gemeente Leiden als ecologische boomsoort is opgenomen én naar mijn inschatting ouder dan 50 jaar is (53 jaar), meen ik deze Pieterkerk-hulstboom indachtig de boomverordening aan te mogen merken als ecologisch waardevolle boom.

Monumentaal zal deze boom zijn bij een stamdiameter van 80 centimeter, dat zal – deo volente – over 99 jaar zijn, in 2121. De Pieterskerk-hulst-boom zal in dat jaar de respectabele leeftijd van 152 jaar oud bereiken. Dan is de Pieterskerk 1000 jaar oud. Dat is dan om twee redenen wel een monumentaal feestje waard.

De Verordening voor de fysieke leefomgeving, zoals deze geldig is vanaf 30 december 2021: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR645163 met in bijlage 4 het Register Ecologische Bomen van de gemeente Leiden.

Er zijn andere indicatoren om de ecologische waardevolheid van een boomsoort aan te duiden. In de Soortentabel met 100 boomsoorten van Wageningen University & Research (WUR) uit 2020 scoort hulst vooral hoog op de indicatoren biodiversiteit en luchtkwaliteit. Voor biodiversiteit heeft hulst in deze lijst een hoge waarde voor nectar en een matige waarde voor stuifmeel. Voor luchtkwaliteit een zeer grote wegvangkwaliteit voor het wegvangen van NOx (stikstofoxide) en O3 (ozon) en een hoge waarde voor het vastleggen van CO2 (kooldioxide): https://edepot.wur.nl/460540

De waarde van een hulstboom kan worden uitgedrukt in termen van ecologie en biodiversiteit, alsook in andere vormen van baten van bomen; uiteraard ook in de ‘onnatuurlijke maatstaf’ van euro’s. Maar wat betekent die boom voor mij persoonlijk? Gebruikmakend van de kwaliteitsaanduidingen firmitas, utilitas en venustas die Vitruvius toekent aan gebouwen (toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde) scoort deze hulst-boom voor mij vooral hoog op venustas, een hoge gevoels- en schoonheidswaarde: aantrekkelijk en mooi.

Leiden.01.01.2022.Eduard Groen

Openbomenkaart

Op woensdag 18 augustus 2021 lanceerde Erik Zachte de website https://openbomenkaart.org met daarop in eerste instantie bomen (en struiken) in twee parken: het Berkhoutpark in Voorschoten en de historische Begraafplaats Groenesteeg in Leiden (onder anderen de moeder van Vincent van Gogh ligt hier begraven).

Op de Begraafplaats Groenesteeg staan 278 bomen op de kaart, waaronder:

  • 76 essen (twee soorten)
  • 42 esdoorns (drie soorten)
  • 29 eiken (twee soorten)
  • 22 iepen (vier soorten)
  • 20 lijsterbessen (twee Sorbus-soorten)
  • 13 vleugelnoten
  • 12 meidoorns
  • 12 hulst

Plus vele boomsoorten waarvan minder dan 10 explaren in dit park staan. Zie daarvoor de website. Als op een boomsoort wordt geklikt (via de knop ‘counts‘), dan gaat die boomsoort knipperen in de kaart).

Tot zover over de bomen op de historische Begraafplaats Groenesteeg.

In het Berkhoutpark staan niet alleen bomen bomen op de kaart, ook struiken. In totaal 1599 exemplaren.

  • 103 Krentenboompjes
  • 90 taxussen
  • 59 eiken
  • 55 hulst
  • 40 prunus (diverse soorten)
  • 38 kornoelje-soorten
  • 33 berken
  • 29 elzen
  • 29 appel (diverse soorten)
  • 24 esdoorns (diverse soorten)
  • 24 meidoorns (twee verschillende soorten)
  • 18 toverhazelaars
  • 17 hazelaars (diverse soorten)
  • 17 karnaalsmutsen
  • 17 moerascipressen
  • 15 robinia’s
  • 11 essen
  • 11 beuken (drie soorten)
  • 10 kastanjes (diverse soorten)

Plus vele boomsoorten die met minder dan 10 exemplaren in dit park staan. Zie daarvoor de website. Als op een boomsoort wordt geklikt, via de knop ‘counts‘ in de legenda, gaan de bomen die tot die soort behoren in de kaart knipperen.

Struiken

Van de struiken komt de Rhododendron het meeste voor in het Berkhoutpark (169 exemplaren), gevolgd door Hortensia’s (112 exemplaren). Zie voor de overige soorten de kaart op de website: https://openbomenkaart.org

Hoe werkt de kaart en wie zitten er achter?

Door in de legenda bij de bomenkaart op de knop ‘counts‘ te drukken, verschijnt een rolscherm met de verschillende soorten en de aantallen. Als op een boomsoort wordt geklikt, gaan de bomen die daartoe behoren in de kaart knipperen. Als op een individuele boom wordt geklikt, verschijnt de boominformatie.

Verder is het mogelijk om te kiezen uit verschillende kaartlagen als ondergrond, bijvoorbeeld een satellietfoto (de button rechtsboven onder de knoppen ‘counts‘ en ‘menu‘)

Achter de knop colofon is opgenomen welke mensen de inventarisaties hebben gedaan om de kaart mogelijk te maken: voor het Berkhoutpark: Sjaan van Agtmaal en Hans van Daalen; voor de Begraafplaats Groenesteeg: Carolina Jost. De website met de vertaling van de waarnemingen naar de kaarten is gemaakt door Erik Zachte.

Een mooi initiatief, waarvoor de verwachting is dat op deze website nog vele bomenkaarten zullen volgen.

Maliebaan: schaduwrijke laan…

De Maliebaan in Leiden is al lang niet meer de schaduwrijke laan die het lang geleden was. Op een prent uit 1788 wordt de paille-maille-baan van de universiteit – ook wel maillebaan of maliebaan genoemd – nog zichtbaar geflankeerd door aaneengesloten dubbelrije metershoge bomen. Tegenwoordig staan er ruim gespatieerde laagblijvende kastanjebomen. Daartussen is plaats voor geparkeerde auto’s. Voor een stad die anno 2021 de ambitie heeft te willen ‘vergroenen’ is hier nog wel de nodige eer te behalen.

Bladzijde 85 uit het boek ‘De nieuwe trekweg langs de Vliet’, dat handelt over het jaagpad van Leiden tot de Leidschendam en de trekschuitdiensten naar Delft en Den Haag, zoals aangelegd in de jaren 1636-1638. Dit fraaie boek (€ 18,50) is geschreven door Martine van der Wielen-de Goede. Leidse historische reeks nr 19, Primavera Pers, Leiden 2007.

De huidige Maliebaan in Leiden is een straat achter de rechtbank en de universiteitsbibliotheek, tot aan de Groenhovenstraat. Aan het overkant van het water ligt de Rijn- en Schiekade, zijnde de kant van het voormalige jaagpad waar de paarden de trekschuiten richting Den Haag en Delft trokken.

De Maliebaan in Leiden links op de foto, rechts de Rijn- en Schiekade; zondag 17 januari 2021 (foto: Eduard Groen)

Malie, oftewel het maliespel, werd al in de 16e eeuw aan het Franse hof gespeeld. Van dit jeu de mail bestonden vier varianten. Met het Nederlandse maliespel wordt het Franse mail op een vaste baan bedoeld, pallemaille.

Bron: Wikipedia, 21 januari 2021.

In de Engelse taal heeft het woord mall, via de hoedanigheid van openbare schaduwrijke laan, in de Verenigde Staten, Canada en Australië de betekenis gekregen van winkelstraat, of winkelcentrum. Merriam-Webster definieert mall in de eerste plaats in de betekenis “a usually public area often set with shake trees and designed as a promenade or as a pedestrian walk“.

Die oorspronkelijke betekenis spreekt mij erg aan. Door de aanplant van extra bomen mag iets van de allure van die ooit schaduwrijke laan in Leiden wat mij betreft best in ere worden hersteld.

De locatie Maliebaan in Leiden kan op de kaart onder andere worden gevonden door middel van de website https://what3words.com via een klik op de volgende drie woorden: gouden.aanpak.hengst

De boomspiegels op het Gerecht in oktober 2020

Pjer zou volgend jaar graag zonnebloemen in ‘G2’ zien. Nu staan er ijzerhard (verbena’s) en franjekelk (tellima’s); Amerikanen dus: de Verbena bonariensis uit Zuid-Amerika, de Tellima grandiflora uit Noord-Amerika. In afstemming met anderen kan ik, voorafgaand aan het volgende groeiseizoen, ook passende zonnebloem (Helianthus) aanplanten in boomspiegel G2, bij Pjer voor de deur van het ‘Suppiershuysinghe’. Als ‘hortulanus’ van het Gerecht vind ik dat wel een leuke uitdaging.

In november 2019 ondertekende ik een verklaring waarin ik beloof om de negen boomspiegels op het Gerecht, een eeuwenoud pleintje in de binnenstad van Leiden, samen met andere buurtbewoners te gaan onderhouden. In het kader van ‘Groene kansen’ en ‘Samen aan de slag’ waren de boomspiegels op grond van een eerder buurtverzoek in oktober 2019 door de gemeente wat vergroot en kon ik namens de bewoners subsidie aanvragen voor de aanplant. In totaal mocht voor € 450 euro aan planten worden gekocht. Ik deed een voorstel voor de beplanting, gebaseerd op uitgangspunten als: veelal groenblijvend, goed voor insecten en vogels (en de ‘buurt-egel’, haha), beplanting die belemmerend werkt voor het betreden door passerende honden (vooral relevant voor boomspiegel G1), kleur en geur, zon tot halfschaduw. De afkorting ‘G1’ is in dit bericht te lezen als ‘boomspiegel 1 op het Gerecht’).

Dat leverde na overleg met bewoners en de begeleidende ambtenaren van de gemeente de volgende keuze op:

G1: vuurdoorn (Pyracantha coccinea ‘Firelight’) met oranjegele bessen van augustus tot december. Rijk bloeiend in witte platte schermen in mei en juni. Behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Biedt voedsel aan bijen, vlinders en vogels.

Vuurdoorn in boomspiegel G1. De vier houten paaltjes zijn daar in november 2019 tijdelijk geplaatst, totdat het groen robuust genoeg is.

G2: franjekelk (Tellima grandiflora) en ijzerhard (Verbena bonariensis). De tellima heeft hier misschien te veel zon gehad de afgelopen zomer. Er is weinig van over. De plant komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. De Skagit indianenstam gebruikten de plant voor medicinale doeleinden vanwege de aan die plant toegeschreven antivirale kwaliteiten. Maar eens zien of de plant terugkomt en van mei tot juli gele bloemen laat zien. De verbena daarentegen doet het goed. De plant past eigenlijk niet goed in zo’n kleine boomspiegel, maar de kleuren zijn prachtig. Deze plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika (bonariensis -> ‘from Buenos Aires’). Nederland kent ook een inheemse soort, de Verbena officinalis (ook wel ‘heilige tak’ of ‘heilig kruid’ genoemd. Te vinden in mergelgebieden.

IJzerhard (Verbena bonariensis) en franjekelk in boomspiegel G2. De franjekelk (Tellima grandiflora) is niet meer te zien. Hopelijk komt deze volgend voorjaar terug.

G3: vleesbes (Sarcococca hookeriana var. Humilis) is een plant die oorspronkelijk uit China komt. Vrij onopvallende witte bloemen in kleine trosjes; de bloei is al in februari en maart. Na de bloei verschijnen er vele glimmende zwarte besjes.

G4: idem als G3

De vleesbes (Sarcococca hookeriana humilis) heeft gezelschap gekregen van lavendel.

G5: Japanse kardinaalsmuts (Euonymus fortunei ‘Vegetus’). In het Engels: ‘wintercreeper’. De bloemen zijn licht geelgroen en de plant heeft onopvallende vruchten, creme met oranje zaden. Het moet in deze boomspiegels nog wat bijgroeien, zullen we maar zeggen.

Net als in de boomspiegels G5 en G& is in boomspiegel G6 de Japanse kardinaalsmuts aangeplant. Deze mag zich nog gaan waarmaken. Ik zie uit naar de oranje zaden.

G6: idem als G5

G7: idem als G5

G8: Sierui (Allium aflatunense ‘Purple Sensation’) en lavendel (Lavendula augustifolia ‘Dwarf Blue’). De sierui bloeit in de maanden mei en juni. Daarna is het eigenlijk uit met het feest. De lavendel, die bloeit van juli tot september, heeft in deze boomspiegel nog niet voor tegenwicht gezorgd. Door ‘guerrilla gardening’ is deze boomspiegel wat verrommeld; andere zullen zeggen ‘natuurlijker geworden’.

De sierui (Allium ‘Purple Sensation’ die een sensatie was in het voorjaar is nu bovengronds verdwenen. Hier hebben enkele buurtbewoners ‘guerrilla gardenia’ toegepast, waarvan korenbloem, koolzaad en zonnebloem nog is te zien.

G9: kattenkruid (Nepeta faasseni ‘Grol’) en zuurbes (Berberis thunbergii ‘Atropurpurea Nana’). In deze boomspiegel mocht ik gedurende de zomer vele muntvlindertjes aantreffen (Pyrausta aurata). Het is een dagactieve vlinder uit de familie grasmotten. Dit vlindertje leeft op wild kattenkruid (Nepata cataria), maar dus ook op deze cultivar. Dat het muntvlindertje het kattenkruid in hartje binnenstad weet te vinden vind ik toch wel een mirakel.

Kattenkruid en de zuurbes vallen hier niet op. Wel cosmea, koolzaad en zonnebloem. Het is een beetje een rommeltje geworden, maar enkele bewoners worden hier heel blij van.

Al gauw in het voorjaar begonnen bewoners ‘bij te planten’. In G3 werd door een van de bewoners lavendel tussen de vleesbessen gezet. In de plantvakken G7, G8 en G9 strooiden bewoners zaadmengsels met inheemse planten. In G-9 groeiden in het voorjaar kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) naast kattenkruid en zuurbes, alsook aldaar aangeplante cosmea en zonnebloemen. Eén van die zonnebloemen groeide tot ruim boven de twee meter uit, tot in het bladerdek van een leilinde. Ook de cosmea (Cosmos bipinnatus) knalt de boomspiegel uit.

De paars bloeiende sieruien oogsten alom bewondering in het voorjaar. Menig toerist maakte daar foto’s van. Na de bloei resteerden fraaie ronde zaadbollen en op weg naar het najaar verdwenen de bovengrondse delen van deze sieruien,

De kardinaalsmutsen in de boomspiegels G5, G6 en G7 vonden bewoners bij nader inzien wat saai. “Kan daar geen lavendel bij, net als in die andere boomspiegel”? Gewezen werd de lavendel boomspiegel G3.

De leilinden met daaronder de negen boomspiegels van bovenaf gezien. Links is een stuk bladerdek te zien van de meer dan 70 jaar oude ‘Julianalinde’ (Tilia europaea).

Vooral tijdens ochtenden in het weekend verrichtte ik wat onderhoudswerk en tot mijn vreugde zag ik ook de andere bewoners regelmatig opruimen, water geven en ‘tuinieren’ in deze bescheiden boomspiegels op het Gerecht.

De meeste lol heb ik toch wel van boomspiegel G8. Hoewel het kattenkruid al snel vrijwel geheel werd overwoekerd door planten zoals korenbloem, goudsbloem, kool en juffertjes-in-het-groen, hielden ze stand én boden ze plek, zoals het hoort, aan het muntvlindertje. En dat midden in de stad.

Zijaanzicht van de negen boomspiegels onder de leilinden op het Gerecht. In de verte boomspiegel G1 op de hoek Houtstraat en Papengracht. Reken ik ook nog tot het Gerecht.

Inmiddels zijn er plannen in ontwikkeling om het pleintje verder te vergroenen. De gemeente Leiden wil voor zeven versteende pleinen in de jaren 2021 en 2022 een ‘vergroeningsslag’ slaan. Woensdag 7 oktober mag ik daarvoor deelnemen aan een (digitaal) overleg met mensen van de gemeente, Erfgoed Leiden en Omgeving, alsook de Historische Vereniging Oud Leiden. De Leidse universiteit heeft op verzoek van de bewoners ook medewerking toegezegd. Een versteende strook voor de vierschaar, aangebouwd aan het Gravensteen, mag van de universiteit in overleg met de gemeente worden beplant.

Of ook het ‘Groene Zoodje’, ofwel ‘Schoonverdriet’ (’t Scoonverdriet) weer groen mag worden, is een spannende vraag. De een is enthousiast, een ander vreest verrommeling van het plein. Het vergroten van de kleine boomspiegel rondom de 72-jarige ‘Juliana-linde’ staat hoog op mijn wensenlijstje.

Maar goed, we staan nog maar aan het begin van de plannenmakerij voor de vergroening van het Gerecht. Er zal nog wel enig overleg aan te pas komen voordat er stenen uit gaan en de planten er in.

Wie weet…, wellicht dat in het groeiseizoen van 2021 toch de nodige extra planten op het Gerecht opbloeien.

In ieder geval ga ik mijn best doen voor de zonnebloemen bij Pjer, bij voorkeur een soort zonnebloem die een beetje binnen de perken blijft (tot een meter hoog); ik denk aan de Helianthus annuus ‘Domino’. Net als de andere plantensoorten in boomspiegel G2 een amerikaan, dus die zonnebloem zal zich daar wel bij vinden.

Vijf jaar geleden

Vandaag zie ik mijzelf onverwacht op het verhoog in de Ridderzaal zitten, op een foto van vijf jaar gelden, in de krant van vandaag (NRC.next van 16 september 2019). Op het verhoog – ook wel rostrum genoemd – zit de voorzitter van de Eerste Kamer, aan haar linkerhand geflankeerd door de griffier van de Tweede Kamer en een plaatsvervangend griffier van de Eerste Kamer, aan haar rechterhand door de griffier van de Eerste Kamer en een plaatsvervangend griffier van de Tweede Kamer. Die plaatsvervangend griffier van de Tweede Kamer ben ik; op deze foto uit 2014, Prinsjesdag.

Foto uit 2014; bericht uit 2019.

Vanuit mijn perspectief vind ik het dubbel treffend dat het artikel over crisisbeleid gaat: “Wie bestuurt het land als hier een bom op valt?” Laat dit nu uitgerekend een onderwerp zijn waarmee ik mij in mijn loopbaan ook enige tijd intensief heb beziggehouden, in de periode 1985 – 1988, als hoofdredacteur van een vaktijdschrift over crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Hoewel ik mij nu met geheel andere onderwerpen bezighoudt, in het bijzonder natuur en landschap, ga ik de Prinsjesdag-ceremonie morgen met veel interesse volgen, in het bijzonder ook de berichtgeving over de ‘designated survivor’. Nooit gedacht dat het in de crisisbeheersing ooit zover zou komen.

Binnen en buiten

Van 1985 tot 2018 heb ik ‘op kantoor gewerkt’. Eerst aan een Amsterdamse gracht bij de het Interuniversitair Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek (SISWO), daarna bij de Staatsuitgeverij en vervolgens als rijksambtenaar op verschillende plaatsen in Den Haag, laatstelijk in het gebouw van de Tweede Kamer.

Wat is het heerlijk om nu vooral buiten te kunnen verblijven, te tuinieren, te werken en te leren. Bijvoorbeeld in de Oostvlietpolder in Leiden en in het Boskoopse kwekerijgebied bij Boskoop/Hazerswoude-Dorp, in het groene hart van Nederland.

Nederland is nog lang niet af. Het kan en het moet groener.